De peuterjuf zegt op ….. vingerversjes

Bronnen onbekend mits bij het versje vermeldt. Als u de maker van het versje bent stuur mij a.u.b. een bericht en ik zal de bronvermelding in orde maken.

Spinnen
Kriebel spin, kriebel spin je kriebelt me op mijn neus en kin!
Langzaam loop je naar mijn been, dan ren je naar mijn teen.

Er komen eens twee spinnetje
kriebel, krabbel, Kriebel, krabbel, kriebel, krabbel
Wiebelen met de handen en vingers
De één heet Piet, de ander heet Jan
Kriebel, krabbel, kriebel, krabbel, kriebel, krabbel
Weg is Piet, weg is Jan
Op je handen blazen en handen op de rug
Daar komen ze weer aan, daar komen ze weer aan
Handen weer terug
Dag Piet, dag Jan
Weer kriebelen met de handen en vingers

Een spinnetje, een spinnetje
Die zocht eens een vriendinnetje
Ze zocht hier, zij zocht daar
Maar ze vonden niet elkaar
Een spinnetje, een spinnetje
Die zocht eens een vriendinnetje
En toen vonden ze elkaar
En bleven voor altijd bij elkaar

Kabouters
Hompeltje en Pompeltje
die klommen op een berg
Hompeltje was een kaboutertje
Duim laten zien
En Pompeltje een dwerg
Andere duim laten zien
Ze klommen hoog tot in het topje
Duimen naar je hoofd
En schudden met hun kopje
Schudden met de duimen
Toen zijn ze in de berg gekropen
Duimen in de vuisten
En niemand heeft ze meer zien lopen
Daar liggen ze nu op een oor
Snurken
Luister eens, ik geloof dat ik ze hoor
Hompeltje…Dompeltje
Roepen
Daar zijn ze weer!
Duimen uit vuisten

Huis
Mag ik door je straatje lopen?
Loop met vingers over arm naar schouder
Mag ik op je stoepje staan?
Vingers op de schouders
Tringelingeling
Aan oorlel trekken
Deurtje open
Met een vinger oog open en dichtdoen
Trappetje afgelopen
Vingers over neus naar beneden
Voetjes vegen
Onder de neus wrijven
Klop, klop, klop
Op de lippen kloppen
Kom maar binnen!
Vinger in de mond

Lichaam
Twee kleine duimpjes die zwaaien naar elkaar
Dag duim, dag duim
Teken gezichtjes op de duimen. Begroet de duimen en laat ze buigen
bij de laatste zin.

Muis
In dit ronde holletje loopt een kleine muis
Tippe tappe tippe tap, zo tippelt hij weer naar huis
Maak van je hand een holletje. Je vinger is dan het muisje dit in het holletje zit en over de arm loopt. Weer terug naar het holletje.

Winter
De sneeuwman
Linkervuist omhoog
En de sneeuwvrouw
Rechtervuist omhoog
Staan lekker in de kou
Maar als de zon schijnen gaat, verdwijnen ze heel gauw
Beide vuisten achter de rug
De sneeuwman vindt zijn sneeuwvrouw
Vuisten weer tevoorschijn
Een hele lieve snoes
Steek twee duimen op
Maar als het straks gaat regenen, verdwijnen zij pardoes!
Handen weer achter de rug

Rups
Rupsje at…rupsje at…rupsje at… een gat in een blad
Loop met 2 vingers over de arm naar de hand
Rupsje spon…rupsje spon…rupsje spon…een cocon
Beeld een cocon uit door met de handen om elkaar te draaien
Vlinder vrij…vlinder vrij … vlinder vrij….weg…ben jij!
Vlieg met de handen als een vlinder weg.
Klap de laatste 3 woorden en verstop de handen achter de rug.